Utrecht over Utrecht 2015

De jury is gestart met de beoordelingen

De vakjury van Utrecht over Utrecht (Het Literatuurhuis, Fotoschool Statief en RTV Utrecht), heeft zich gebogen over de meer dan honderd inzendingen en daaruit zijn de 32 genomineerden gekozen. De nominaties zijn te vinden in het programma onder Festivaldag.

Eind mei kiest de festival jury (zie foto's hieronder) de 1e en 2e prijs uit!

Alle inzenders worden t.z.t. nog geïnformeerd maar hou de 14 juni vrij in je agenda!

Groet van de organisatie.
 

Film
Fotografie
Verhaal
Gedicht
Jos Stelling Werry Crone Manon Uphoff Guido de Wijs
Kies vooraf een onderwerp en een genre dat je goed ligt; fictie of documentaire.
Kies niet iets te voor de hand liggends (bootje door de Oude Gracht...)
Start met een goed scenario met een begin, midden en een eind.
Zoek een polariteit/spanningsveld/tegenkracht in je verhaal.
Verplaats je in het publiek dat ernaar gaat kijken.
Maak een draaiboek en kies zorgvuldig je spelers/locaties.
Denk ook eens aan mensen, als onderwerp. En dan mensen in hun gewone doen. Documentaire-achtig. Dat is niet eenvoudig, want je moet contact leggen en vervolgens geduld aan de dag leggen. Wachten is het devies. Meer kijken, minder schieten. Kijk ook nog even naar de film-inzendingen. De prijswinnaars hebben hier juist de mens centraal gesteld.

Zoek naar plekken die minder voor de hand liggen. Niet de vaste prik, 'toeristische' aspecten van de stad kennen we nu wel. Niet de clichés, Er zijn enorm veel plekken in stad en ommeland waar ogenschijnlijk niks fraais aan is. Maar kijk een keer met een creatief, fotografisch oog.

Voor verhalen geldt eigenlijk hetzelfde als voor film: het moet meer zijn dan een uitgeschreven herinnering, een sfeertekening, een anekdote. Een verhaal verbindt deze elementen, kent een (hoofd)persoon/hoofdpersonen en gaat ergens naartoe.
Een ontknoping of een plot. Dat hoeft geen tromgeroffel te zijn, maar een verhaal mag ook niet als een nachtkaars uitgaan.
Lees de winnende verhalen te lezen; lees sowieso veel. Daar leer je het meest van.
En dan over het gebruik van de taal: wees niet tevreden met de eerste versie, herlees, verbeter, haal dubbele woorden eruit, wees voorzichtig met bijvoeglijke naamwoorden, vertel dingen niet dubbelop, laat ruimte voor de lezer om aan het werk te gaan met de tekst. ''Show, don't tell''- Laat zien, dus, roep op... Leg niet uit.
Vrije poëzie mag, maar probeer ook eens een vaste versvorm (bijvoorbeeld een sonnetine – bedacht door Jan Boerstoel- of een sonnet) te gebruiken. En geschikt rijm. Dat betekent bikken, slijpen en schuren aan je gedicht, maar je zult zien, dat loont de moeite. Wees niet snel tevreden over het resultaat. Haal zwakke woorden en zinnen of stoplappen weg en vervang die door taal die het resultaat is van hernieuwd inzicht. Pas op met woorden als 'leven', 'licht', 'dood' en 'nacht', die horen we al te vaak.
Let ook eens kritisch op ritme en metrum. Ritmiek komt tegemoet aan een ingeschapen verlangen naar regelmaat. Het metrum is de maïzena van de poëzie en biedt een cadans die zo sterk is dat het rijm achterwege kan blijven.
(met dank aan: Jaap Bakker Rijmhandboek – Praktische gids voor het schrijven van gedichten en liedjes)

2BVisible - communicatie met oog voor de inhoud Ontwerp & realisatie 2BVisible